Onstuimige bergen die je doen herinneren aan de grootsheid van het bestaan. Waar de echo van de voorouderlijke liederen, het geluid van vrijheid en de geur van aarde leven. Bergen waar talloze dode lichamen begraven liggen, wachtend op gerechtigheid, die nooit zal komen.
Wilde rivieren die met kracht en vreugde door de heilige gronden stromen. Waar het water en de krekels een melodie vormen die vrede brengt aan de jaguar, de kaaiman, de adelaar, de anaconda's en de kikkers die in hun oerwouden en bossen leven. De majestueuze rivieren van Colombia zijn de hoofdrolspelers in het nieuws: "weer een ongeïdentificeerd lichaam, drijvend in de Cauca-rivier”, "weer een verkrachte vrouw in een zak die drijft in de Magdalena”. Rivieren die alleen maar willen dansen moeten huilen wanneer wanhopige families hun vermisten komen zoeken.
Betoverende oceanen die hun golven opheffen op zoek naar de hemel en die de kusten van het land strelen als een liefdevolle kus. Waar accordeons zingen over leven en liefdesverdriet, waar het gelach van de mensen de straten siert. Waar corruptie en hebzucht de zeeën voor enkelen tot een paradijs maken en voor de rest tot een hel van armoede, vernedering en oorlog.
Hoeveel schoonheid in jouw woestijnen en hoeveel honger,
hoeveel schoonheid in jouw steden en hoeveel bloed,
hoeveel schoonheid in jouw straten en hoeveel angst,
hoeveel schoonheid in jouw mensen en hoeveel kwaad?
Hoeveel, hoeveel en voor hoelang?
Want Colombia, er is niets dat mij banger maakt dan jij, en tegelijkertijd is er niets waar ik meer van houd. Stop met bloeden, alsjeblieft, zodat ik je weer in de ogen kan kijken.
Daniela Jerez